De operatie

Laatste wijziging: 07 januari 2022
Eén week voor de operatie moet alle bloedverdunnende medicatie (bijv. Aspirine®) gestaakt worden. Vraag hiervoor raad aan de arts of apotheker.
 
Je wordt in principe de dag van de ingreep zelf opgenomen, ’s ochtends, nuchter.  Dit wil zeggen dat je vanaf middernacht voor de ingreep niet meer mag eten of drinken.
 
De ingreep gebeurt in principe onder een volledige verdoving om onvoorziene bewegingen die je niet kunt controleren tijdens de  ingreep zeker te kunnen voorkomen.
 
Deze onvoorziene bewegingen zouden kunnen tot gevolg hebben dat het instrument waarmee de ingreep gebeurt een perforatie (gat) maakt in de blaaswand. De blaaswand is zeer dun en het wegnemen van deze poliep is dan ook een secure, nauwkeurige operatie. In zeldzame gevallen echter kan deze ingreep onder een loco-regionale verdoving met een ruggenprik (peridurale verdoving).
 
De operatie gebeurt dus via de urinebuis. Er moet m.a.w. geen uitwendige wonde gemaakt worden. De ingreep noemen wij dan ook “transurethrale resectie van een blaastumor” (TURB). Langs de plasbuis, bij de man dus langs de penis, wordt een instrument ingebracht  dat wij resectoscoop heten. Deze resectoscoop is ongeveer 30 cm lang en heeft een diameter van 1 cm.
Responsive Image
Het instrument heeft een lichtbron en een elektrisch mesje.
 
De ingreep duurt meestal slechts een 15 tot 20 min. De stukjes weefsel worden met het spoelvocht uit de blaas uitgespoeld en naar het laboratorium voor microscopisch onderzoek (pathologische anatomie) gebracht. Daar worden deze weefselstukjes onderzocht naar hun juiste natuur.
 
Op het einde van de operatie wordt er een katheter door de plasbuis tot in de blaas gebracht.  Dit om de urine en soms ook spoelvocht van een spoelsysteem vanuit de blaas te laten afvloeien tot in een opvangzak.  Deze sonde wordt op zijn plaats gehouden door een ballon die gevuld wordt met water.
 
Na de operatie verblijf je een tijdje in de postoperatieve ruimte. Hier word je nauwkeurig geobserveerd vooraleer je terug naar de afdeling wordt gebracht.
 
Het kan mogelijk zijn dat je wat pijn voelt ter hoogte van de onderbuik of dat je een sterke plasdrang hebt. Dit is meestal het gevolg van de sonde die een prikkelend gevoel op de blaas geeft zeker in combinatie met de wonde in de blaaswand na het wegschrapen van de tumor. Dit is normaal, de urine loopt zo weg en hoeft dan ook niet mee te persen.
 
Als je echter het gevoel krijgt dat je buik opzet en je hebt meer pijn, verwittig dan de verpleegkundige. Het kan zijn dat er een bloedklontertje of een stukje weefsel de afloop belemmert. Dat moet eventueel weggespoeld worden. Dit komt echter niet gauw voor. Na de behandeling is de urine doorgaans roodgekleurd door nabloeden van de inwendige wonde. Ook kleine klontertjes en weefselpropjes kunnen in de urine voorkomen. Dit is een normaal verschijnsel bij deze ingreep. Wanneer de eventuele spoeling stopgezet wordt, kleurt de urine opnieuw wat donkerder. Het is dan ook de bedoeling dat je zoveel als mogelijk drinkt.
 
Afhankelijk van de bevindingen tijdens de ingreep wordt de sonde dezelfde dag, de dag nadien of soms pas na enkele dagen terug verwijderd. De eerste keren dat je dan terug spontaan watert kan dit wat pijnlijk zijn. Je ervaart een brandend gevoel in de urinebuis.
 
Het is dan ook belangrijk om voldoende te drinken (minstens anderhalve liter water per dag). Door veel vocht in te nemen wordt de blaas goed gespoeld en wordt het genezingsproces versneld.