Volledige blaaswegname met vervangblaas

Laatste wijziging: 03 februari 2022

Werd er bij jou een kwaadaardig gezwel vastgesteld van de blaas, en bleek er uit verdere onderzoeken bleek dat er geen aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen? Dan raadt je uroloog je allicht deze behandeling aan: het wegnemen van de blaas en deze te vervangen door een “darmblaas“ (pouch).

 

Verloop van de operatie

Voor de operatie

Je wordt ofwel de dag voor de operatie ofwel een drietal dagen voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis.
Je krijgt dan enkele onderzoeken, een beperkte darmvoorbereiding en intensieve bekkenbodemspieroefeningen. Deze oefeningen verbeteren na de operatie aanzienlijk de controle over de urine-uitscheiding.

 

De operatie

De operatie zelf gebeurt onder volledige verdoving (narcose). Er wordt een pijnpomp geplaatst. De uroloog maakt een insnede in de onderbuik.  Eerst worden de lymfeklieren volledig verwijderd, gevolgd door een wegname van de blaas en prostaat (cystoprostatectomie). Nadien wordt  van ongeveer 60 cm dunne darm (ileum) een volledig nieuwe blaas gemaakt. Tenslotte wordt een verbinding aangelegd tussen de plasbuis, de nieuwe blaas en de urineleiders.

 

Na de operatie

Na de operatie heb je:
  • een sonde tot in de blaas (blaassonde): deze dient om de 2 uur te worden gespoeld,
  • 2 fijne kathetertjes om de urine van de beide nieren af te leiden (uretersondes)
  • 1 of 2 drainagebuisjes om eventueel overtollig vocht uit de buik te laten afvloeien.
 
De eerste dag verblijf je op de afdeling intensieve zorgen om jouw toestand nauwkeurig op te volgen.
De drainagebuisjes worden in de loop van de dagen volgend op de operatie verwijderd.  Eerst start je met voorzichtig drinken.  Als dit goed gaat, krijg je lichte voeding.  De uretersondes worden meestal omstreeks de tiende dag na de operatie verwijderd. De blaassonde blijft 14 dagen ter plaatse.  Voor het verwijderen van de blaassonde wordt eerst nog een foto gemaakt.  Aan de hand van deze foto wordt beoordeeld of de nieuwe blaas “waterdicht” is.
 
Na het verwijderen van de sonde ga je in het begin kleine beetjes plassen. Hierbij wordt gecontroleerd of er urine in de blaas achterblijft. Zodra de urine wat controleerbaar is, kan je uit het ziekenhuis ontslagen worden.

 

Ontslag uit het ziekenhuis

Na je ontslag uit het ziekenhuis moet je nog een aantal dagen inspuitingen krijgen ter voorkoming van flebitis.  Zolang deze inspuitingen nodig zijn, moet je overdag speciale steunkousen dragen. Ook zal je kinesitherapie nodig hebben.
 
Een tweetal weken na het ontslag uit het ziekenhuis volgt een controleraadpleging bij de uroloog om jouw nier- en blaasfunctie te evalueren.

 

Voordelen van de operatie

Deze operatie is een adequate behandeling voor een kwaadaardig gezwel van de blaas.  Een bijkomend voordeel is dat zelfbeeld wordt bewaard.  Door deze operatie heb je immers geen stoma, waardoor je terug een normaal leven kan leiden, bv.  fietsen, wandelen, zwemmen ...

 

Gevolgen van de operatie

Mogelijke gevolgen van de operatie zijn:
  • impotentie
  • nachtelijke incontinentie: dit kan verholpen worden door bv. het aanpassen van een uridoom of plassen op de klok
  • urineverlies overdag: eerder zeldzaam.

Nabehandeling

Omdat bij jou een kwaadaardig gezwel werd vastgesteld, wordt jouw dossier na de operatie steeds besproken met de artsen van de dienst gezwelziekten (oncologie). Afhankelijk van het stadium waarin het gezwel zich bevindt, wordt soms gestart met een bijkomende chemotherapie (baxters). Zodra jouw behandelende uroloog alle laboratoriumuitslagen ontvangen heeft, zal hij of zij dit tijdens de controleraadpleging met jou bespreken.