Wegname van de nier

Laatste wijziging: 06 januari 2022

Er werd bij jou de diagnose gesteld van een kwaadaardig proces in de nier zonder uitzaaiingen. In overleg met jouw behandelende uroloog is beslist om over te gaan tot een totale (of gedeeltelijke) wegname van de nier. Dit noemen wij een totale of partiële tumornefrectomie.

 
Indien je na het lezen van deze info nog vragen hebt, kan je hiervoor steeds terecht bij jouw behandelende arts of bij de verpleegkundigen.

 

Opname in het ziekenhuis

De dag vóór de operatie word je opgenomen in het ziekenhuis. Je dient er zeker op te letten dat alle bloedverdunnende producten (o.a. geneesmiddelen die aspirine bevatten) zeker 1 week voor de operatie gestopt zijn.
 
De dag van de opname gebeurt zo nodig:
  • een bloedafname
  • een hartonderzoek
  • een foto van de longen
  • eventueel verder hart- of longnazicht
Ook worden er speciale kousen aangemeten. Deze kousen moet je dragen na de ingreep om flebitis te voorkomen.
Verder komt ook de anesthesist bij je langs om alle uitleg te verschaffen over de verdoving en pijnbehandeling.

De operatie

Er wordt een insnede gemaakt in de flank tussen of onder de ribben. De nier wordt opgezocht. De urineleider tussen de nier en de blaas en alle belangrijke bloedvaten van de nier worden vrijgemaakt.
 
Bij een totale nierwegname worden de urineleider en bloedvaten doorgesneden en wordt de nier verwijderd. Bij minder frequent voorkomende niertumoren (uitgaande van het nierbekken) wordt ook de ganse urineleider tot aan de blaas mee weggenomen (zie figuur 1). Dit kan doorgaans langs dezelfde insnede. Eventueel moet een kleine bijkomende insnede gemaakt worden ter hoogte van de onderzijde van de buik.
Responsive Image
Wanneer het kwaadaardig gezwel aan de buitenzijde van de nier ligt en de afmetingen zijn niet te groot (minder dan 3 cm) kan overwogen worden om een gedeeltelijke nierwegname uit te voeren. Hierbij wordt enkel het zieke stuk uit de nier wordt verwijderd.
Het weggenomen nierweefsel wordt nu naar het laboratorium gestuurd voor verder microscopisch onderzoek.

 

Na de operatie

  • Na de ingreep ga je doorgaans terug naar de kamer. Bij grotere tumoren moet je soms 1 nacht op de PACU blijven (“postanesthesie care unit" of "intensieve zorgen”).
  • Na de ingreep is er een sonde aanwezig tot in de blaas (“blaassonde”). Deze sonde zal verwijderd worden wanneer je voldoende mobiel bent om zelf gemakkelijk terug te kunnen plassen.
  • Verder is er ook een “wonddrain” aanwezig. Dit is een buisje om het overtollige bloed en/of vocht uit het operatiegebied te laten weglopen.
  • Verder heb je ook een “pijnpomp” die zal verwijderd worden op advies van de anesthesist. Dit is gemiddeld 1 à 2 dagen na de ingreep.
  • Tenslotte krijg je dagelijks een spuitje tegen flebitis.
  • Doorgaans kan je na 1 week het ziekenhuis verlaten. De hechtingen worden meestal nadien bij de huisarts verwijderd.

 

Verder verloop

Na je ontslag uit het ziekenhuis zal je waarschijnlijk nog enige tijd de spuitjes tegen flebitis moeten krijgen. Dit gebeurt in overleg met jouw behandelende uroloog en de huisarts.
 
De eerste 6 tot 8 weken mag je zeker geen al te zware inspanningen uitvoeren.
 
Meestal duurt het toch een paar maanden voor je echt weer alle energie van vroeger zal hebben. In principe kan je na de volledige herstelperiode alles doen wat je vroeger deed. Wat de ingreep zelf betreft, zijn er geen beperkingen naar eten en drinken. Een patiënt met 1 nier kan op dezelfde manier leven als iemand met 2 nieren.