Welke behandelingen bestaan er voor incontinentie?

Laatste wijziging: 16 juni 2022

Naast enkele algemene maatregelen die voor iedereen goed zijn, kan men beroep doen op geneesmiddelen of oefeningen van de spieren van de bekkenbodem. Vaak is een combinatie van behandelingen nodig. Soms is ook een operatie noodzakelijk. We zullen de verschillende mogelijkheden even overlopen.
 

Algemene maatregelen

  • Schrijf eens op hoeveel je plast per keer; normaal zou dit tussen de 200 en de400 millimeterper plasbeurt moeten zijn. Is dit plasvolume kleiner, dan moet je leren uitstellen, is het groter dan moet je leren vaker te gaan plassen.
  • Dorst lijden helpt niet veel. Vele mensen die te kampen hebben met urineverlies gaan minder drinken om minder urine te kunnen verliezen. Weinig drinken geeft sterk geconcentreerde (donkergele) urine, die de blaas nog meer prikkelt. Tevens is weinig drinken nadelig voor de nieren. Mensen die weinig drinken hebben meer kans op blaasontstekingen. Drink  gemiddeld1,5 litervocht, verspreid over de ganse dag. Je zal dan op geregelde tijdstippen moeten plassen, en zo de blaas geregeld ledigen. De kans op blaasontstekingen zal veel lager zijn. 
  • Ga om de 2 tot 4 uur naar het toilet.  Doe dit op een ontspannen, rustige manier, zodat de blaas volledig leeg geplast is.  Neem er je tijd voor!
  • Onderbreek het plassen niet en pers niet mee met de buikspieren.

 

Medicamenten

Niet ieder geneesmiddel is voor iedereen geschikt. Sommige medicamenten zullen er bijvoorbeeld voor zorgen dat de urine minder gemakkelijk door de plasbuis stroomt. Vrouwelijke hormonen verhogen de doorbloeding van de plasbuis, zodat de sluitingsdruk toeneemt. De eigenlijke sluitspier heeft dan minder moeite om aan de druk van de blaas te weerstaan. Wat niet wil zeggen dat deze geneesmiddelen een aangepaste sluitspiertraining overbodig maken. Andere geneesmiddelen maken de blaas minder prikkelbaar en zijn dus eerder geschikt voor mensen met drang-incontinentie. Gaat het om een hardnekkige infectie (die zowel oorzaak als gevolg van de incontinentie kan zijn) dan zal men eerst deze infectie behandelen met antibiotica.

 

Oefeningen van de spieren van de bekkenbodem

Sinds de mens een paar duizend jaar geleden rechtop is gaan lopen, heeft hij moeten leren leven met rugpijn. Een ander "zwak punt" dat het sindsdien hard te verduren krijgt, is de bekkenbodem. Met de "bekkenbodem" bedoelt men de spierlaag die het bekken onderaan afsluit en zo de ingewanden in de buikholte houdt.

Nu is afsluiten veel gezegd, want doorheen die dikke spierlaag staat de darm, de urineleider en bij de vrouw de vagina, in contact met de buitenwereld. Als de bekkenbodemspieren verzwakken, dan zal dit eerst en vooral ter hoogte van deze noodzakelijke natuurlijke doorgangen te merken zijn. Een blaasverzakking of uitzakking van de baarmoeder zijn de meest gekende fenomenen.
Ook al is een kleine uitzakking van de sluitspier van buitenaf niet zo meteen te zien, toch is dit soms voldoende om tot incontinentie te leiden. Dit is bijvoorbeeld de reden waarom vrouwen na een bevalling plasproblemen riskeren. Daarom maken deze oefeningen ook altijd deel uit van de pre- en postnatale gymnastiek.

Bepaalde spieren van de bekkenbodem reageren automatisch (onbewust) op drukveranderingen in de buikholte (en dus in de blaas en de plasbuis). Men kan echter deze spieren ook bewust oefenen. Dit vormt de basis van de bekkenbodemspieroefeningen. Samentrekking van de bekkenbodemspieren geeft een afsluiting van de plasbuis.

Het gebeurt zelden dat mensen met ongewild urineverlies met één enkele techniek of remedie definitief geholpen zijn. Dat geldt ook voor bekkenbodemspieroefeningen. Maar ongeacht het type incontinentie zal een sterkere bekkenbodem altijd bijdragen tot de vermindering of het verdwijnen van de klachten.

Niet elke kinesist(e) is opgeleid om deze oefeningen correct aan te leren. Raadpleeg hieromtrent uw huisarts. Uw arts zal immers weten wie in uw buurt een geschikte opleiding genoten heeft om u de juiste oefeningen aan te leren.

Kleine maar belangrijke opmerking: de oefeningen die je van de  kinesist(e) aangeleerd krijgt, dient je elke dag te blijven doen!  Anders zullen de klachten snel terugkomen. Het is wel zo dat deze oefeningen op alle mogelijke tijdstippen van de dag kunnen uitgevoerd worden zonder dat iemand er iets van merkt.

 

Operatieve correcties

  • Urethrasuspensie: dit is een techniek waarbij op een weinig invasieve manier een ophanging van de plasbuis bij de vrouw wordt bekomen. Hiervoor bestaan een aantal technieken zoals TVT en TOT. Er wordt een heel kleine wonde gemaakt in de vaginavoorwand van ongeveer1,5 cm. Een klein ophangnetje (sling) wordt ingebracht onder de plasbuis. Op die manier wordt de plasbuis omhoog getrokken en opgehangen.
  • De blaasopnaaiing: juister gezegd betreft het hier een blaashalsopnaaiing. Het betreft hier hetzelfde principe als bij de urethrasuspensie om een ondersteuning en ophanging van de plasbuis te voorkomen. De operatie kan via de buikholte, via de vagina of beide toegangswegen gebeuren afhankelijk van het type operatie. Deze techniek wordt nu nog eerder zelden toegepast sinds het invoeren van de urethrasuspensies hierboven beschreven.
  • Slingoperatie bij sluitspierzwakte: ook deze ingreep die  eigenlijk neer komt op een operatief plaatsen van een ondersteuning van de plasbuis, wordt nog zeer weinig toegepast sinds de introductie van de urethrasuspensie zoals hogerop beschreven.
  • Kunstmatige sluitspier: wanneer de sluitspier verzwakt is, kan ze door bepaalde types van blaasopnaaiing worden verstevigd. Soms is de spier echter zo zwak (of na een ongeval eventueel helemaal stuk) dat een kunstmatige sluitspier in de plaats moet worden gezet. In feite komt het er op neer dat men rondom de zwakke sluitspier een kunststof manchet aanbrengt, die men via een pompje in de grote schaamlip kan aan- of uitzetten; zo kan men dus droog zijn of kan men bij volle blaas gaan plassen.
  • Vergrotingsoperatie van de blaas
  • Zenuwstimulatie en blaaspacemaker (zie aparte infobrochure)
Responsive Image